Veerle

“Cliënten zijn spontaan blij om haar te zien”

Op de BW-locatie Bastion wonen elf cliënten. Meestal zijn er twee collega’s aanwezig. De sfeer in Zevenaar is gemoedelijk en het contact laagdrempelig. We zitten midden in de wijk. Op twee of drie minuten loopafstand van het centrum. Vanaf volgende week donderdag gaat Veerle aan de slag als medewerker begeleiding. Haar collega’s en de bewoners van het Bastion zijn blij met haar aanwezigheid, en dat is wederzijds: 

Begeleider René vertelt over de ontwikkeling die Veerle heeft doorgemaakt: “Toen Veerle begon was ze wat terughoudend en rustig. Inmiddels is dat niet meer het geval: ze is proactief, geeft grenzen aan en spreekt collega’s aan. Dat ze zich op haar gemak voelt straalt ze ook naar cliënten uit. Veerle toont oprechte interesse in de mensen die hier wonen, gaat uit van hun kracht en leeft zich in. Ze wil de mens achter de cliënt leren kennen, maar blijft wel zichzelf. Iedere cliënt heeft een ‘code’, waarmee je als begeleider contact kan maken. Met Frank kom je bijvoorbeeld in contact door te praten over kunst of hardrock. Veerle had dit goed door en ging in gesprek over de kunstwerken van Frank. Veerle is nu een van de begeleiders met wie Frank het liefst in gesprek gaat. Ze vond raakvlakken en maakte hiermee echte verbinding.

Ik ben trots op Veerle omdat zij de verantwoordelijkheden, die bij deze baan horen, goed oppikt. Ze straalt rust uit. Ze laat ‘Witjes vallen’, stiltes in zinnen. Hiermee geeft ze gewicht aan de vraag. Net als we geloven in de eigen regie en kracht van de cliënt, doen we dit ook bij onze stagiaires. Bovendien biedt een stagiair een een frisse blik en recente kennis van het vak.” 

Veerle vult met een lachend gezicht aan: “Ik weet nog goed dat ik hier net binnenkwam, de tafel zat vol met cliënten. Het was druk. Mijn stagebegeleider was er ook. Ik werd stil, rood en vond het doodeng. Ik had nog nooit op een woonlocatie gewerkt, alleen bij dagbesteding. Ook durfde ik nauwelijks gesprekken met meerdere mensen aan te gaan. Gelukkig is hier een mooie balans, waarin werkzaamheden goed worden afgestemd op waar een stagiair zichzelf prettig bij voelt. Nu kom ik totaal anders de kamer binnen. Ik ga zitten en klets gezellig met mijn collega’s en de bewoners op de groep. 

Mijn dag ziet er als volgt uit: ik begin met het doornemen van de dagplanning. Daarna doe ik de medicatieronde. Is dit klaar, dan voer ik de taken van de dagplanning verder uit. Belangrijk hierbij is natuurlijk het contact met cliënten. Dit betekent: op de juiste momenten presentie bieden. Door in gesprek te gaan en goed te luisteren geef ik aandacht, als de cliënt daar behoefte aan heeft. Ik loop vier dagen stage. Ik pak veel taken van de dagplanning op om mijn collega’s te ontzorgen. Zo kan mijn collega, als medewerker begeleiding, haar administratieve taken oppakken of de begeleider het zorgplan schrijven. Diensten stemmen we onderling goed af. Het team is flexibel er is een informele sfeer: heel fijn!

In mijn stage kreeg ik langzaam steeds meer verantwoordelijkheid. Eerst namen de begeleiders me mee op sleeptouw en tijdens cliëntgesprekken sloot ik aan als extra kracht. Ik observeerde en stelde naderhand vragen. Hierdoor werd steeds duidelijker op welke manier bewoners en begeleiders met elkaar omgaan, en op basis waarvan begeleiders keuzes maken. Hierin nam ik een proactieve houding, door na het begeleidingscontact mijn collega’s uit nieuwsgierigheid vragen te stellen. Het in gesprek gaan met bewoners vond ik eerst best spannend. Inmiddels ga ik vol zelfvertrouwen met cliënten in gesprek. Dit vertrouwen krijg ik van collega’s. Ik voelde de veiligheid om te leren en mocht fouten maken. Collega’s zeiden: “We weten dat je het kan, kom er zelf ook maar achter.” Ik bied de cliënt de veilige omgeving, die ik ook van mijn collega’s krijg. Soms schakel ik met de hulpdiensten of de bereikbaarheidsdienst. Ik overleg met hen wat ik het beste kan doen. Cliënten ken ik goed dus zodra ik gedrag zie waarover ik me zorgen maak, trek ik direct aan de bel. In een contactmoment met Frank zag ik, enige tijd terug, gedrag dat ik niet eerder had gezien. En niet kon terugvinden in het signalerings- of zorgplan. Hij was tegendraads en koppig en luisterde niet naar mijn advies. Ik stond op scherp, want het is belangrijk dat ik vroegtijdig signalen ontdek. De signalen verschillen per cliënt, zoals ijsberen of neurotische trekken, wat een voorbode kan zijn voor psychotisch gedrag. Ik luister niet alleen naar woorden, maar observeer en geef terug. Frank wilde niet uit bed komen en ik vroeg letterlijk naar wat ik zag. Ik wist dat hij die avond nog een etentje had, dus stelde voor dat hij even ging slapen. Zo denk ik vaak mee.

Ik haal veel energie uit mijn stage en vind het werk fantastisch. Het geeft mij zelfvertrouwen en zekerheid. Van cliënten krijg ik ook terug dat ik het goed doe. Dit is steeds meer zichtbaar geworden. Een cliënt die meteen een glimlach op zijn gezicht krijgt als ik binnenkom, daar doe ik het voor. Is een bewoner kortaf en denk ik dat er meer achter zit, dan ben ik stil en blijf ik stil. Ik laat iemand vertellen en luister het verhaal uit, tot iemand voor zijn gevoel ook klaar is. Cliënten, zoals Frank, vertellen eerst alleen over de voorkant ‘dat ze geen zin hebben of niet mee willen doen’. Ik probeer dan veiligheid te bieden en de vrijheid om door te vertellen. Ik oordeel niet, niets is goed of fout. Als Frank een verhaal wil vertellen dat hij spannend vindt, maar hier even niet uitkomt, zoals contact aangaan met andere mensen, vertel ik ook over een situatie die ik spannend vind, zoals het eerste contact alleen met bewoners zonder collega erbij. Zo weet hij ook wie ik ben.”